society
Type of resources
Topics
Provided by
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
status
Scale
-
De RACM Stads- en Dorpsgezichtenkaartlaag bevat alle gebieden waarvoor (recent of langer geleden) de procedure is gestart om het gebied aan te wijzen als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht (ex artikel 35 van de Monumentenwet 1988). Dit betekent dat de kaartlaag niet alleen de gebieden bevat waarvoor de procedure nog loopt en waarvoor de procedure heeft geresulteerd in een aanwijzing als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht maar ook waarvoor de aanwijzing inmiddels is ingetrokken. Doel van vervaardiging: Website Cultuur Historiche Struktuur
-
Een klein gedeelte van Zeeland wordt in beslag genomen door de kustzone: het gebied van de duinen en hun onmiddellijke omgeving. De kustzone bestaat uit het strand, de zeereep, de (Jonge) duinen en de binnenduinrand (‘manteling’ of ‘zoom’). Op Schouwen-Duiveland is dit een breed gebied, op Walcheren en in Zeeuwsch-Vlaanderen slechts een smalle strook. Na de laatste IJstijd (Weichselien, 73.000 – 10.000 jaar geleden) begon onder invloed van een warmer en vochtiger klimaat de zeespiegel te stijgen. Op een gegeven moment ontstond langs de Nederlandse kust een reeks parallelle strandwallen die zich steeds verder uitbreidden. Door verstuivingen ontstonden hierop lage duinen, de Oude Duinen. In de Romeinse Tijd sloeg de uitbouw van de West-Nederlandse kust om in een afname (die tot op heden voortduurt, zij het vertraagd door de kustverdediging). De strandwallen waren al vroeg bewoond. Op Schouwen-Duiveland zijn archeologische vondsten uit het Neolithicum (4.300 tot 2.000 jaar v. Chr.) gedaan. Ook in de Bronstijd en de IJzertijd vond bewoning plaats, evenals in de Romeinse Tijd. Aan het einde daarvan raakte met name de kuststrook dicht bevolkt. In de 3e eeuw nam de bevolking sterk af, maar hernieuwde groei volgde in de Vroege Middeleeuwen. In het begin van de Late Middeleeuwen (1000-1200) werden over de Oude Duinen en ten westen daarvan de Jonge Duinen gevormd. Deze zijn waarschijnlijk voor een deel ontstaan onder invloed van de mens. Verschillende factoren waren in het spel. Klimaatsverandering, overbeweiding en ontbossing leidden tot het vrijkomen van zand dat vervolgens ging stuiven en nieuwe duinen begon te vormen. In het overgangsgebied van de duinen naar de polder komen in Schouwen-Duiveland en Walcheren vroongronden voor: glooiende duingraslanden, waar het zand over het achterliggend kleigebied is gestoven. Vaak werden deze gebieden gebruikt als gemeenschappelijke weidegronden. Een andere typische vorm van ontginning van de duinen was de aanleg van elzenmeten, zoals dit in de binnenduinrand van Schouwen werd gedaan. In de natte terreingedeelten werden percelen van 2 tot 3 ha van greppels voorzien en beplant met elzen. Het hakhout werd gebruikt als brandhout. Om de elzenmeet heen lag vaak een houtwal of sloot. Vanaf de 19e eeuw werd het duingebied een steeds interessanter woon- en recreatiegebied. Naast de al bestaande landgoederen ontwikkelden zich villadorpen en grote badplaatsen, volledig gericht op het toerisme, zoals Renesse en Cadzand-Bad. Eveneens een van oorsprong 19e -eeuwse ontwikkeling is de stichting van duinwaterleidingbedrijven.
-
waterdeur, -schuif of -klep om twee wateren met elkaar in verbinding te brengen of van elkaar af te sluiten. In de meeste gevallen gaat het om afwaterings- of suatiesluizen, daarnaast om schutsluizen voor de scheepvaart.
-
drijvend element dat in open water afgezonken kan worden om afsluitingen, kades e.d. te creëren.
-
beschrijving van de kenmerken van waardevolle stedenbouwkundige gebieden (ensembles) door de Provincie Zeeland uit de periode 1850-1945
-
hoofd in rivier of ander buitenwater van aarde, steen en/of rijshout (en tegenwoordig staal), bedoeld om stroomaanval op de oever tegen te gaan en/of de vaargeul op diepte te houden.
-
begroeide natuurlijke uitbreiding van aan zee of stroom gelegen gronden, ontstaan doordat zand of kleideeltjes ten gevolge van de vermindering van de stroomsnelheid aldaar bezinken. Eerst wordt een 'slik' gevormd. Als de opslibbing zo hoog is dat nog maar zelden overstroming plaatsvindt, is er sprake van een schor.
-
beplanting van duinen met bomen om verstuiving tegen te gaan.
-
niet of nauwelijks begroeide natuurlijke uitbreiding van aan zee of stroom gelegen gronden, ontstaan doordat zand of kleideeltjes ten gevolge van de vermindering van de stroomsnelheid aldaar bezinken. Vervolgens wordt een 'slik' gevormd (het volgende stadium, wanneer als gevolg van opslibbing nog maar zelden een overstroming plaatsvindt, is er sprake van een schor).
-
In 2018 werd de Kaart van de Verdronken Dorpen voor Zeeland herzien. De lijst van verdronken locaties is uitgebreid en met name door meer archiefonderzoek, archeologisch onderzoek en nieuwe technieken tot stand gekomen. Doel van vervaardiging: inzicht krijgen in de geschiedenis van Zeeland
Open Data portaal Zeeland