society
Type of resources
Topics
Provided by
Years
Formats
Representation types
Update frequencies
status
Scale
-
De data zijn verzameld in het kader van het project Cultuurhistorie aan de Oosterscheldedijken (CZO)
-
Belastingheffing van resorten walcheren dubbelle 100 penning
-
Sommige dorpen zijn te typeren als gereduceerde of onvolledig ontwikkelde nederzettingen (gehuchten of buurtschappen), bijvoorbeeld Baarsdorp, Brijdorpe, Eversdijk, Hoogelande, Looperskapelle, Het Oudeland/Schakerlo, Wissekerke (bij ’s-Heer Arendskerke) en Zanddijk.
-
een aan één van beide zijden van een dijk gelegen water dat is ontstaan bij een dijkdoorbraak.
-
Het zuidwestelijk zeekleigebied beslaat een groot deel van Zeeland en de Zuidhollandse eilanden. Het wordt chronologisch ingedeeld in oudland en nieuwland. Tot het nieuwland behoren het oostelijke gedeelte van Schouwen-Duiveland, het noordelijk deel van Tholen, St. Philipsland, een klein deel van Walcheren, Noord-Beveland, het westelijke en oostelijke deel van Zuid-Beveland, en het grootste gedeelte van Zeeuwsch-Vlaanderen. Vanaf het midden van de 13e eeuw werden dijken niet meer zozeer aangelegd om bestaand land te verdedigen, maar ook om ‘nieuw’ land aan te winnen. De hiertoe behorende gebieden worden nieuwland genoemd en bestaan uit zowel opwassen en aanwassen, als uit weer opgeslibd ‘verdronken’ oudland (zoals Noord-Beveland). Opwassen zijn platen of schorren die midden in het water onder invloed van de getijdewerking ontstaan. Aanwassen zijn opslibbingen tegen reeds bedijkt land. In nieuwlandpolders liggen vaak resten van kreken, die bij de bedijking afgesloten werden van het buitenwater. De nieuwlandpolders zijn hoger opgeslibd en minder ingeklonken dan de oudlandpolders en liggen dus relatief hoog in het landschap. De bodemopbouw is veel uniformer dan die van de oudlandpolders. De bewoning in de nieuwlandpolders was niet gebonden aan bepaalde hoogliggende delen; de polders waren vlak en hadden een goede natuurlijke afwatering. Hierdoor kon ook een groot deel van het land gebruikt worden voor akkerbouw (o.a. graan, meekrap en vlas, later aardappelen en suikerbieten) en fruitteelt. Alleen de laagst gelegen delen langs de kreken werden als grasland gebruikt. De inrichting van de polder is meestal rationeel: een rechthoekige, relatief grootschalige verkaveling met rechte wegen. De boerderijen werden verspreid in de polders gebouwd, de nieuw gestichte nederzettingen concentreerden zich langs de wegen en dijken (weg- en dijkdorpen). Vanaf de 15e eeuw werden voorstraatdorpen gebouwd. Diverse polders zijn meerdere malen overstroomd. Ingrijpende overstromingen zijn de stormvloeden van 1134, 1248, 1375, 1421 (Tweede Elisabethsvloed), 1530/32 (Noord-Beveland en Zuid-Beveland), 1570 (Land van Saeftinghe) en 1953 geweest. Welen en kreken geven in het huidige landschap aan waar de dijken zijn doorgebroken. Als reactie op de overstromingen werden inlaagdijken aangelegd. De inlaagdijk werd gelegd op plaatsen waar de bestaande dijk dreigde door te breken. Het gebied tussen deze dijk en de oude zeewering wordt inlaag genoemd. Inlagen komen vooral voor waar een diepe stroomgeul vlak langs de dijk liep en waar de ondergrond zwak was (jong zeezand). Om dijken te versterken werd vaak klei afgegraven uit de inlagen en zo ontstonden langgerekte plassen, van elkaar gescheiden door dammen. Omdat deze klei werd afgevoerd met karren, worden deze gebieden karrevelden genoemd. In de 19e eeuw is het landschap van de nieuwlandpolders plaatselijk sterk beïnvloed door de aanleg van spoorwegen, kanalen en dammen, later volgde de inundatie van 1953 en de grootschalige herverkavelingen.
-
groot, vlak terrein met verharde banen voor het landen en opstijgen van vliegtuigen.
-
tot ligplaats voor schepen geschikt, natuurlijk of gegraven waterbekken dat beschutting biedt tegen wind en golven. De meest eenvoudige vorm bestaat uit niet meer dan een loskade. Veel havens in Zeeland speelden of spelen een rol in de aan- en afvoer van industriële en landbouwproducten en fungeerden daarnaast als veerhaven. Een aantal was/is vooral van betekenis als visserijhaven.
-
Deze kaartbijlage geeft de ligging aan van de kustvisie kaart (bijlage 1) uit de provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018, 10e wijziging. Link naar de bijlage; https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9929.WijzOVOmgVer2018-VA10/b_NL.IMRO.9929.WijzOVOmgVer2018-VA10_Kustvisie.pdf Link naar het bijbehorende document: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/transform/NL.IMRO.9929.WijzOVOmgVer2018-VA10/pt_NL.IMRO.9929.WijzOVOmgVer2018-VA10.xml#NL.IMRO.PT.16b0eefb6ea2415b84ce4cf4b44e4fb2
-
(stenen) paal of rechthoekige steen die de Nederlandese rijksgrens markeert. In Zeeland komen rijksgrenspalen voor op de grens Nederland - België in Zeeuwsch-Vlaanderen en Zuid-Beveland. Het bestand is tot stand gekomen door inzet van vrijwilligers en medewerkers van Stichting Landschapsbeheer Zeeland.
-
in en dwars over een water opgeworpen aardlichaam dat dient om water te keren of (af) te leiden.
Open Data portaal Zeeland