society
Type of resources
Topics
Provided by
Years
Representation types
Update frequencies
status
Scale
-
begroeide natuurlijke uitbreiding van aan zee of stroom gelegen gronden, ontstaan doordat zand of kleideeltjes ten gevolge van de vermindering van de stroomsnelheid aldaar bezinken. Eerst wordt een 'slik' gevormd. Als de opslibbing zo hoog is dat nog maar zelden overstroming plaatsvindt, is er sprake van een schor.
-
Deze kaartlaag omvat alle toeristische accommodaties in Zeeland, van hotel tot camping, van tweede woning tot bungalowpark. Deze data wordt jaarlijks geactualiseerd, zodat de ontwikkeling van het toeristisch verblijfsaanbod in Zeeland continu kan worden gevolgd. Zo kan bijvoorbeeld worden gezien of het aantal hotelkamers in Zeeland toeneemt of hoeveel aanbod er is van glamping in Zeeland. Zonder goed inzicht in het toeristisch verblijfsaanbod is het immers niet goed mogelijk om een beeld te vormen van bijvoorbeeld het huidige gebruik van dit aanbod of te beoordelen of er ontwikkelruimte is voor de toekomst. Het aanbod van toeristische verblijfsaccommodaties kan worden weergegeven op verschillende niveaus en worden geanalyseerd vanuit verschillende invalshoeken. Deze kaartlaag geeft het toeristisch verblijfsaanbod weer per buurt.
-
Historische kaart gemaakt door Hattinga omstreeks 1750, alle randinformatie zoals wapen gemeente, logo en legenda weggehaald. De getoonde kaart is aangepast ("georefereren") aan de huidige situatie van het gebied. Voor de originele kaart zie https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mizig=210&miadt=239&micode=293&miview=inv2
-
door zijn verschijning beeldbepalende boom, daterend van tenminste vóór 1953 (Watersnoodramp).
-
Polders ontstaan 1422 - 1532 (1530, 1532, twee grote stormvloeden waarbij grote delen van Zeeland verdwenen),
-
waterdeur, -schuif of -klep om twee wateren met elkaar in verbinding te brengen of van elkaar af te sluiten. In de meeste gevallen gaat het om afwaterings- of suatiesluizen, daarnaast om schutsluizen voor de scheepvaart.
-
tijdelijk dienstdoende haven voor waterstaatkundige werken; in Zeeland meestal aangelegd voor de herstelwerkzaamheden van na 1953 en/of de Deltawerken.
-
Archeologische beleidsadvieskaart voor de stad Hulst met daarop de bekende en te verwachten archeologische waarden in de binnenstad van Hulst.
-
Een klein gedeelte van Zeeland wordt in beslag genomen door de kustzone: het gebied van de duinen en hun onmiddellijke omgeving. De kustzone bestaat uit het strand, de zeereep, de (Jonge) duinen en de binnenduinrand (‘manteling’ of ‘zoom’). Op Schouwen-Duiveland is dit een breed gebied, op Walcheren en in Zeeuwsch-Vlaanderen slechts een smalle strook. Na de laatste IJstijd (Weichselien, 73.000 – 10.000 jaar geleden) begon onder invloed van een warmer en vochtiger klimaat de zeespiegel te stijgen. Op een gegeven moment ontstond langs de Nederlandse kust een reeks parallelle strandwallen die zich steeds verder uitbreidden. Door verstuivingen ontstonden hierop lage duinen, de Oude Duinen. In de Romeinse Tijd sloeg de uitbouw van de West-Nederlandse kust om in een afname (die tot op heden voortduurt, zij het vertraagd door de kustverdediging). De strandwallen waren al vroeg bewoond. Op Schouwen-Duiveland zijn archeologische vondsten uit het Neolithicum (4.300 tot 2.000 jaar v. Chr.) gedaan. Ook in de Bronstijd en de IJzertijd vond bewoning plaats, evenals in de Romeinse Tijd. Aan het einde daarvan raakte met name de kuststrook dicht bevolkt. In de 3e eeuw nam de bevolking sterk af, maar hernieuwde groei volgde in de Vroege Middeleeuwen. In het begin van de Late Middeleeuwen (1000-1200) werden over de Oude Duinen en ten westen daarvan de Jonge Duinen gevormd. Deze zijn waarschijnlijk voor een deel ontstaan onder invloed van de mens. Verschillende factoren waren in het spel. Klimaatsverandering, overbeweiding en ontbossing leidden tot het vrijkomen van zand dat vervolgens ging stuiven en nieuwe duinen begon te vormen. In het overgangsgebied van de duinen naar de polder komen in Schouwen-Duiveland en Walcheren vroongronden voor: glooiende duingraslanden, waar het zand over het achterliggend kleigebied is gestoven. Vaak werden deze gebieden gebruikt als gemeenschappelijke weidegronden. Een andere typische vorm van ontginning van de duinen was de aanleg van elzenmeten, zoals dit in de binnenduinrand van Schouwen werd gedaan. In de natte terreingedeelten werden percelen van 2 tot 3 ha van greppels voorzien en beplant met elzen. Het hakhout werd gebruikt als brandhout. Om de elzenmeet heen lag vaak een houtwal of sloot. Vanaf de 19e eeuw werd het duingebied een steeds interessanter woon- en recreatiegebied. Naast de al bestaande landgoederen ontwikkelden zich villadorpen en grote badplaatsen, volledig gericht op het toerisme, zoals Renesse en Cadzand-Bad. Eveneens een van oorsprong 19e -eeuwse ontwikkeling is de stichting van duinwaterleidingbedrijven.
-
Gedigitaliseerde percelen van het Kadaster uit minuutplans 1832
Open Data portaal Zeeland