From 1 - 10 / 390
  • Categories  

    een opgeworpen aardlichaam, dat het land tegen het (buiten)water moet beschermen.

  • Categories  

    stuk land nabij dijk, waar klei werd afgegraven en uitgekard t.b.v. onderhoud en herstel van een nabijgelegen dijk.

  • Categories  

    bij hoogwater af te sluiten opening in een dijk of een beermuur; gebruikt als doorgang voor weg of spoorlijn. Afsluiting meestal d.m.v. planken of schotbalken.

  • Categories  

    Polders ontstaan 1422 - 1532 (1530, 1532, twee grote stormvloeden waarbij grote delen van Zeeland verdwenen),

  • Categories  

    De bron voor historische begraafplaatsen is ook weer Gids voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur (dl. Zeeland e.a.). Voor exemplaren na 1850, zie MIP-inventarisaties. Vóór 1850 zijn het vaak de oude kerkhoven bij de dorpskerk; nu veelal gras met daarin al dan niet een aantal zerken, ook vaak leilinden en wat solitaire bomen. Deze zijn te ontlenen aan: P. Don, Kunstreisboek Zeeland. Weesp 1985. Voor beschrijving zie ook: A.P. de Klerk, 'Het kerkhof', p. 104 -111, in: Dorpen in Zeeland, Kees Bos e.a. (red.), Middelburg 1991. NB termen begraafplaats en kerkhof zorgvuldig gebruiken: als je het over een kerkhof hebt, ligt dat altijd bij de kerk.

  • Categories  

    In april 2010 is de nieuwe nota Natte ecologische verbindingszones Zeeland door GS vastgesteld. Deze vervangt de oude nota uit 1996.Natte ecologische verbindingszones zijn lijnvormige ecologische zones die gekoppeld zijn aan wateren die in beheer zijn bij het waterschap. De lijnvormige zones hebben als doel om bestaande of nieuwe natuurgebieden te koppelen zodat allerlei planten-en diersoorten zich kunnen verspreiden. Er zijn twee typen. De natte ecologische verbindingszones van 15m breed en de Robuuste natte ecologische verbindingszones of natte as corridors van 20 m breed.

  • Categories  

    planmatige beplanting op een dijk met bomen of struiken.

  • Categories  

    Een klein gedeelte van Zeeland wordt in beslag genomen door de kustzone: het gebied van de duinen en hun onmiddellijke omgeving. De kustzone bestaat uit het strand, de zeereep, de (Jonge) duinen en de binnenduinrand (‘manteling’ of ‘zoom’). Op Schouwen-Duiveland is dit een breed gebied, op Walcheren en in Zeeuwsch-Vlaanderen slechts een smalle strook. Na de laatste IJstijd (Weichselien, 73.000 – 10.000 jaar geleden) begon onder invloed van een warmer en vochtiger klimaat de zeespiegel te stijgen. Op een gegeven moment ontstond langs de Nederlandse kust een reeks parallelle strandwallen die zich steeds verder uitbreidden. Door verstuivingen ontstonden hierop lage duinen, de Oude Duinen. In de Romeinse Tijd sloeg de uitbouw van de West-Nederlandse kust om in een afname (die tot op heden voortduurt, zij het vertraagd door de kustverdediging). De strandwallen waren al vroeg bewoond. Op Schouwen-Duiveland zijn archeologische vondsten uit het Neolithicum (4.300 tot 2.000 jaar v. Chr.) gedaan. Ook in de Bronstijd en de IJzertijd vond bewoning plaats, evenals in de Romeinse Tijd. Aan het einde daarvan raakte met name de kuststrook dicht bevolkt. In de 3e eeuw nam de bevolking sterk af, maar hernieuwde groei volgde in de Vroege Middeleeuwen. In het begin van de Late Middeleeuwen (1000-1200) werden over de Oude Duinen en ten westen daarvan de Jonge Duinen gevormd. Deze zijn waarschijnlijk voor een deel ontstaan onder invloed van de mens. Verschillende factoren waren in het spel. Klimaatsverandering, overbeweiding en ontbossing leidden tot het vrijkomen van zand dat vervolgens ging stuiven en nieuwe duinen begon te vormen. In het overgangsgebied van de duinen naar de polder komen in Schouwen-Duiveland en Walcheren vroongronden voor: glooiende duingraslanden, waar het zand over het achterliggend kleigebied is gestoven. Vaak werden deze gebieden gebruikt als gemeenschappelijke weidegronden. Een andere typische vorm van ontginning van de duinen was de aanleg van elzenmeten, zoals dit in de binnenduinrand van Schouwen werd gedaan. In de natte terreingedeelten werden percelen van 2 tot 3 ha van greppels voorzien en beplant met elzen. Het hakhout werd gebruikt als brandhout. Om de elzenmeet heen lag vaak een houtwal of sloot. Vanaf de 19e eeuw werd het duingebied een steeds interessanter woon- en recreatiegebied. Naast de al bestaande landgoederen ontwikkelden zich villadorpen en grote badplaatsen, volledig gericht op het toerisme, zoals Renesse en Cadzand-Bad. Eveneens een van oorsprong 19e -eeuwse ontwikkeling is de stichting van duinwaterleidingbedrijven.

  • In Zeeuws-Vlaanderen ligt tussen Retranchement in het westen en Nieuw-Namen in het oosten, een uitgestrekt, cultuurhistorisch zeer interessant gebied: het Nederlandse deel van de Staats-Spaanse Linies. Het gaat hier om de hoofdzakelijk 16e en 17e eeuwse restanten van oorlogvoering toen water als defensief middel werd ingezet. De Staats-Spaanse Linies vormt een uniek liniestelsel binnen Nederland en Vlaanderen, met name omdat (in ieder geval in Nederland) geen schaalvergroting heeft plaatsgevonden in de 19e eeuw en evenmin sprake is van één samenhangende linie. Het gaat om een samenstel van linies, afwisselend aangelegd door Spaanse of Staatse troepen. Hoewel deze linies onafhankelijk van elkaar gebruikt werden, zijn ze aan elkaar gerelateerd en in één gebied verenigd. De bij de linies horende, afzonderlijke forten zijn niet op deze kaart weergegeven.

  • Categories  

    niet of nauwelijks begroeide natuurlijke uitbreiding van aan zee of stroom gelegen gronden, ontstaan doordat zand of kleideeltjes ten gevolge van de vermindering van de stroomsnelheid aldaar bezinken. Vervolgens wordt een 'slik' gevormd (het volgende stadium, wanneer als gevolg van opslibbing nog maar zelden een overstroming plaatsvindt, is er sprake van een schor).