From 1 - 10 / 585
  • Categories  

    een gegraven water, dat van het buitenwater is afgesloten door dijken, dammen of sluizen, en dat dient voor de scheepvaart, en/of afwatering. Enkele kanalen in de duingebieden zijn aangelegd i.v.m. de waterwinning.

  • Categories  

    Deze kaart geeft een beeld van de mogelijkheden voor aanvulling van de grondwatervoorraad op basis van de samenstelling van de ondergrond en de hydrologische randvoorwaarden. Op plaatsen waar vrijwel geen grondwateraanvulling optreedt, is onttrekking van zoet grondwater niet mogelijk. 1 = rood = vrijwel geen aanvulling 2 = geel = redelijke aanvulling 3 = blauw = goede aanvulling

  • Categories  

    Monitoring Vegetatie: 2021 Groote Gat Het Zeeuwse Landschap

  • Categories  

    Resultaten van schaduwanalyse bij een zonstand op 21 juni om 13.00. Deze analyse is uitgevoerd voor de situatie (bomen, gebouwen, terrein) van oktober 2023.

  • Categories  

    Wettelijk beschermde monumenten gemeente Sluis

  • Categories  

    Waterkwaliteit meetpunten (centrale locaties)

  • Categories  

    Het zuidwestelijk zeekleigebied beslaat een groot deel van Zeeland en de Zuidhollandse eilanden. Het wordt chronologisch ingedeeld in oudland en nieuwland. Tot het nieuwland behoren het oostelijke gedeelte van Schouwen-Duiveland, het noordelijk deel van Tholen, St. Philipsland, een klein deel van Walcheren, Noord-Beveland, het westelijke en oostelijke deel van Zuid-Beveland, en het grootste gedeelte van Zeeuwsch-Vlaanderen. Vanaf het midden van de 13e eeuw werden dijken niet meer zozeer aangelegd om bestaand land te verdedigen, maar ook om ‘nieuw’ land aan te winnen. De hiertoe behorende gebieden worden nieuwland genoemd en bestaan uit zowel opwassen en aanwassen, als uit weer opgeslibd ‘verdronken’ oudland (zoals Noord-Beveland). Opwassen zijn platen of schorren die midden in het water onder invloed van de getijdewerking ontstaan. Aanwassen zijn opslibbingen tegen reeds bedijkt land. In nieuwlandpolders liggen vaak resten van kreken, die bij de bedijking afgesloten werden van het buitenwater. De nieuwlandpolders zijn hoger opgeslibd en minder ingeklonken dan de oudlandpolders en liggen dus relatief hoog in het landschap. De bodemopbouw is veel uniformer dan die van de oudlandpolders. De bewoning in de nieuwlandpolders was niet gebonden aan bepaalde hoogliggende delen; de polders waren vlak en hadden een goede natuurlijke afwatering. Hierdoor kon ook een groot deel van het land gebruikt worden voor akkerbouw (o.a. graan, meekrap en vlas, later aardappelen en suikerbieten) en fruitteelt. Alleen de laagst gelegen delen langs de kreken werden als grasland gebruikt. De inrichting van de polder is meestal rationeel: een rechthoekige, relatief grootschalige verkaveling met rechte wegen. De boerderijen werden verspreid in de polders gebouwd, de nieuw gestichte nederzettingen concentreerden zich langs de wegen en dijken (weg- en dijkdorpen). Vanaf de 15e eeuw werden voorstraatdorpen gebouwd. Diverse polders zijn meerdere malen overstroomd. Ingrijpende overstromingen zijn de stormvloeden van 1134, 1248, 1375, 1421 (Tweede Elisabethsvloed), 1530/32 (Noord-Beveland en Zuid-Beveland), 1570 (Land van Saeftinghe) en 1953 geweest. Welen en kreken geven in het huidige landschap aan waar de dijken zijn doorgebroken. Als reactie op de overstromingen werden inlaagdijken aangelegd. De inlaagdijk werd gelegd op plaatsen waar de bestaande dijk dreigde door te breken. Het gebied tussen deze dijk en de oude zeewering wordt inlaag genoemd. Inlagen komen vooral voor waar een diepe stroomgeul vlak langs de dijk liep en waar de ondergrond zwak was (jong zeezand). Om dijken te versterken werd vaak klei afgegraven uit de inlagen en zo ontstonden langgerekte plassen, van elkaar gescheiden door dammen. Omdat deze klei werd afgevoerd met karren, worden deze gebieden karrevelden genoemd. In de 19e eeuw is het landschap van de nieuwlandpolders plaatselijk sterk beïnvloed door de aanleg van spoorwegen, kanalen en dammen, later volgde de inundatie van 1953 en de grootschalige herverkavelingen.

  • Categories  

    De Zeeuwse Bosvisie: beleids- en kansenkaart bestaat uit twee onderdelen, de beleidskaart en de kansenkaart. De beleidskaart is een ruimtelijke vertaling van het vigerende ruimtelijk beleid over het al dan niet wenselijk zijn van opgaande beplanting in Zeeland. De kansenkaart is een ruimtelijke vertaling van alle kansen die de deelnemers van het Zeeuws Bosoverleg hebben benoemd als wenselijk gebied voor opgaande beplanting in Zeeland. In sommige gevallen is er overlap tussen de beleids- en kansenkaart. Dan liggen er bijzonder grote kansen of wensen op die locatie. Het feit dat een plek aangeduid staat als kansrijk, wil nog niet zeggen dat beplanting op elke plek in dit landschap passend is. Een goede analyse en een ontwerpend onderzoek naar locatie, schaal, functie en samenstelling is altijd noodzakelijk. Let op: bepaalde onderdelen uit de Zeeuwse Bosvisie als agroforestry of beplanting gekoppeld aan infrastructuur kunnen niet altijd goed worden weergegeven in de beleids- of kansenkaart. Daarbij kan in een gebied met waardevolle, karakteristieke openheid/weidsheid een toename van opgaande beplanting op beperkte schaal mogelijk zijn. Hiervoor geldt eveneens maatwerk.

  • Categories  

    Deze dataset bevat kolomdata van NH₃-concentraties in de gehele luchtkolom. De metingen zijn gebaseerd op hoge-resolutie satellietgegevens en bieden inzicht in de verspreiding van ammoniak in de atmosfeer. Door regelmatige waarnemingen over langere tijdsperioden ontstaat een gedetailleerd beeld van de variatie in NH₃-concentraties (µmol/m2). Deze dataset richt zich specifiek op de provincie Zeeland en draagt bij aan de monitoring van luchtkwaliteit en stikstofemissies in het gebied. Deze data is afkomstig van Caeli.

  • Categories  

    Inventarisatie van recreatie aanbod voor wat betreft overnachtingen per gemeente