From 1 - 10 / 575
  • Categories  

    Deze dataset bevat kolomdata van NO₂-concentraties, gemeten door de Sentinel-5P satelliet. De satelliet meet stikstofdioxide in de gehele luchtkolom en verzamelt gegevens met regelmatige overgangen over het aardoppervlak. Doordat Sentinel-5P telkens onder een net iets andere hoek passeert, kan een hogere resolutie worden bereikt over een langere tijdsperiode. Deze dataset richt zich specifiek op de NO₂-concentraties (µmol/m2) binnen de provincie Zeeland en biedt inzichten in de luchtkwaliteit op basis van hoge-resolutie satellietgegevens. Deze data is afkomstig van Caeli.

  • Categories  

    De Zeeuwse Bosvisie: beleids- en kansenkaart bestaat uit twee onderdelen, de beleidskaart en de kansenkaart. De beleidskaart is een ruimtelijke vertaling van het vigerende ruimtelijk beleid over het al dan niet wenselijk zijn van opgaande beplanting in Zeeland. De kansenkaart is een ruimtelijke vertaling van alle kansen die de deelnemers van het Zeeuws Bosoverleg hebben benoemd als wenselijk gebied voor opgaande beplanting in Zeeland. In sommige gevallen is er overlap tussen de beleids- en kansenkaart. Dan liggen er bijzonder grote kansen of wensen op die locatie. Het feit dat een plek aangeduid staat als kansrijk, wil nog niet zeggen dat beplanting op elke plek in dit landschap passend is. Een goede analyse en een ontwerpend onderzoek naar locatie, schaal, functie en samenstelling is altijd noodzakelijk. Let op: bepaalde onderdelen uit de Zeeuwse Bosvisie als agroforestry of beplanting gekoppeld aan infrastructuur kunnen niet altijd goed worden weergegeven in de beleids- of kansenkaart. Daarbij kan in een gebied met waardevolle, karakteristieke openheid/weidsheid een toename van opgaande beplanting op beperkte schaal mogelijk zijn. Hiervoor geldt eveneens maatwerk.

  • Categories  

    Kaart met locaties waar op basis van historische informatie (gebeurtenissen) mogelijk munitie in de bodem aanwezig is. De gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog, zijn gebaseerd op literatuur, gemeente-archieven, raadpleging experts, stafkaarten, meldingen van burgers (geïnteresseerden, en ouderen die de oorlog hebben meegemaakt) en enkele andere (archief)bronnen. WOI is niet in beschouwing genomen. Een uitgebreide toelichting op het onderzoek, de aanpak en de resultaten is beschreven in het rapport "Conventionele Explosieven in Zeeland" (kenmerk 2010607, december 2010).

  • Categories  

    Polders ontstaan voor 1300

  • Categories  

    land tussen de (oorspronkelijke) zeedijk die sterk bedreigd wordt of niet meer te handhaven is en de landinwaarts daarvan aangelegde nieuwe zeedijk.

  • Categories  

    Dijk- en wegdorpen komen in heel Zeeland voor en zijn niet zoals het ringdorp en het voorstraatdorp voornamelijk gerelateerd aan het oud- of nieuwland. Dijkdorpen zoals de naam al zegt zijn ontstaan langs dijken en wegdorpen langs (een kruising van) wegen. Dijkdorpen zijn meestal min of meer spontaan ontstaan en vertonen een uiterst eenvoudige lineaire plattegrond. De dorpen zijn doorgaans gebouwd langs de binnenkant van een zeedijk (soms een kanaal- of polderdijk). Na aandijking van een nieuwe polder was uitbreiding van het dorp mogelijk aan de buitenkant van de oude zeedijk die niet langer een waterkerende functie had. Een centrum ontbreekt vaak in een dijkdorp en een kerk kwam er alleen als het aantal inwoners groot genoeg was. , Wegdorpen (ook wel straatdorpen) zijn vaak net als de dijkdorpen zonder plan ontstaan als lintbebouwing langs een polderweg of een splitsing van polderwegen. , Het kruiswegdorp is een subtype dat vaak ontstond in de grotere polders vanaf de 17e eeuw. Hierbij werd gekozen voor een kruising van twee of meerdere polderwegen als uitgangspunt voor de nederzetting., De plattegrond van een kruiswegdorp bestaat veelal uit een vierkant plein waar in één hoek de kerk werd gebouwd in een andere hoek de pastorie daartegenover het raadhuis en in de resterende hoek het dorpscafé. Soms ontbreekt het plein en wordt het centrale middelpunt gevormd door het kruis van twee wegen of vaarten of een combinatie van beiden. De overige bebouwing verrees langs één van de op de kruising toelopende assen. Borssele is het opvallendste voorbeeld van een kruiswegdorp dat volgens geometrische opzet planmatig is aangelegd. , Schouwen-Duiveland: Ellemeet; Oosterland; Scharendijke; Westenschouwen; Zonnemaire; Sirjansland , Walcheren: Vrouwenpolder; Dishoek; Brigdamme , Noord- en Zuid-Beveland: Baarland; Borssele; Driewegen; Heinkenszand; Hoedekenskerke; Krabbendijke; Kruiningen; Kwadendamme; Lewedorp; Nieuwdorp; Ovezande; Rilland; ’s-Heerenhoek; Wemeldinge; Wilhelminadorp , Tholen: Anna Jacobapolder , Zeeuwsch-Vlaanderen: Retranchement, Driewegen; Groenendijk; Koewacht; Kuitaart; Lamswaarde; Nieuw-Namen; Nieuwvliet; Ossenisse ; Sint Jansteen; Terhole; Volgelwaarde; Waterlandkerkje, ; Zuiddorpe; Zuidzande; Reuzenhoek; Zaamslagveer; Nieuwemolen; Graauw; Hengstdijk; Hoek; Kloosterzande; Westdorpe; Schapenbout; Paal; Schoondijke; Bouchauterhaven; Clinge; Heikant; Zaamslag; Zandstraat

  • Categories  

    De Zeeuwse Bosvisie: beleids- en kansenkaart bestaat uit twee onderdelen, de beleidskaart en de kansenkaart. De beleidskaart is een ruimtelijke vertaling van het vigerende ruimtelijk beleid over het al dan niet wenselijk zijn van opgaande beplanting in Zeeland. De kansenkaart is een ruimtelijke vertaling van alle kansen die de deelnemers van het Zeeuws Bosoverleg hebben benoemd als wenselijk gebied voor opgaande beplanting in Zeeland. In sommige gevallen is er overlap tussen de beleids- en kansenkaart. Dan liggen er bijzonder grote kansen of wensen op die locatie. Het feit dat een plek aangeduid staat als kansrijk, wil nog niet zeggen dat beplanting op elke plek in dit landschap passend is. Een goede analyse en een ontwerpend onderzoek naar locatie, schaal, functie en samenstelling is altijd noodzakelijk. Let op: bepaalde onderdelen uit de Zeeuwse Bosvisie als agroforestry of beplanting gekoppeld aan infrastructuur kunnen niet altijd goed worden weergegeven in de beleids- of kansenkaart. Daarbij kan in een gebied met waardevolle, karakteristieke openheid/weidsheid een toename van opgaande beplanting op beperkte schaal mogelijk zijn. Hiervoor geldt eveneens maatwerk.

  • Categories  

    Dit gebied laat zien waar het beheergebied zwervende damherten ligt volgens de Omgevingsverordening Zeeland. Het gaat om de artikelen 2.152 en 2.153.. Meer uitleg staat bij artikelen 2.152 en 2.153 in de omgevingsverordening: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709135/2#chp_2__subchp_2.10__subsec_2.10.2__art_2.152 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709135/2#chp_2__subchp_2.10__subsec_2.10.2__art_2.153 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709135/2#artrecital__div_2__div_2.10__div_2.10.2__content_2.152 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709135/2#artrecital__div_2__div_2.10__div_2.10.2__content_2.153

  • Categories  

    Belastingheffing van resorten walcheren dubbelle 100 penning

  • Categories  

    Een klein gedeelte van Zeeland wordt in beslag genomen door de kustzone: het gebied van de duinen en hun onmiddellijke omgeving. De kustzone bestaat uit het strand, de zeereep, de (Jonge) duinen en de binnenduinrand (‘manteling’ of ‘zoom’). Op Schouwen-Duiveland is dit een breed gebied, op Walcheren en in Zeeuwsch-Vlaanderen slechts een smalle strook. Na de laatste IJstijd (Weichselien, 73.000 – 10.000 jaar geleden) begon onder invloed van een warmer en vochtiger klimaat de zeespiegel te stijgen. Op een gegeven moment ontstond langs de Nederlandse kust een reeks parallelle strandwallen die zich steeds verder uitbreidden. Door verstuivingen ontstonden hierop lage duinen, de Oude Duinen. In de Romeinse Tijd sloeg de uitbouw van de West-Nederlandse kust om in een afname (die tot op heden voortduurt, zij het vertraagd door de kustverdediging). De strandwallen waren al vroeg bewoond. Op Schouwen-Duiveland zijn archeologische vondsten uit het Neolithicum (4.300 tot 2.000 jaar v. Chr.) gedaan. Ook in de Bronstijd en de IJzertijd vond bewoning plaats, evenals in de Romeinse Tijd. Aan het einde daarvan raakte met name de kuststrook dicht bevolkt. In de 3e eeuw nam de bevolking sterk af, maar hernieuwde groei volgde in de Vroege Middeleeuwen. In het begin van de Late Middeleeuwen (1000-1200) werden over de Oude Duinen en ten westen daarvan de Jonge Duinen gevormd. Deze zijn waarschijnlijk voor een deel ontstaan onder invloed van de mens. Verschillende factoren waren in het spel. Klimaatsverandering, overbeweiding en ontbossing leidden tot het vrijkomen van zand dat vervolgens ging stuiven en nieuwe duinen begon te vormen. In het overgangsgebied van de duinen naar de polder komen in Schouwen-Duiveland en Walcheren vroongronden voor: glooiende duingraslanden, waar het zand over het achterliggend kleigebied is gestoven. Vaak werden deze gebieden gebruikt als gemeenschappelijke weidegronden. Een andere typische vorm van ontginning van de duinen was de aanleg van elzenmeten, zoals dit in de binnenduinrand van Schouwen werd gedaan. In de natte terreingedeelten werden percelen van 2 tot 3 ha van greppels voorzien en beplant met elzen. Het hakhout werd gebruikt als brandhout. Om de elzenmeet heen lag vaak een houtwal of sloot. Vanaf de 19e eeuw werd het duingebied een steeds interessanter woon- en recreatiegebied. Naast de al bestaande landgoederen ontwikkelden zich villadorpen en grote badplaatsen, volledig gericht op het toerisme, zoals Renesse en Cadzand-Bad. Eveneens een van oorsprong 19e -eeuwse ontwikkeling is de stichting van duinwaterleidingbedrijven.