1000
Type of resources
Topics
Provided by
Years
Representation types
status
Scale
-
Damhertgebieden - Natura 2000
-
Deze kaartbijlage geeft de ligging aan van de kustvisie kaart (bijlage 1) uit de provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018, 10e wijziging. Link naar de bijlage; https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9929.WijzOVOmgVer2018-VA10/b_NL.IMRO.9929.WijzOVOmgVer2018-VA10_Kustvisie.pdf Link naar het bijbehorende document: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/transform/NL.IMRO.9929.WijzOVOmgVer2018-VA10/pt_NL.IMRO.9929.WijzOVOmgVer2018-VA10.xml#NL.IMRO.PT.16b0eefb6ea2415b84ce4cf4b44e4fb2
-
onder water te zetten gebied, behorend bij een militaire verdedigingslinie en bedoeld om de vijand letterlijk op afstand te houden.
-
Natuurbeheerplan Zeeland Ontwerp 2023
-
Deze dataset bevat kolomdata van NO₂-concentraties, gemeten door de Sentinel-5P satelliet. De satelliet meet stikstofdioxide in de gehele luchtkolom en verzamelt gegevens met regelmatige overgangen over het aardoppervlak. Doordat Sentinel-5P telkens onder een net iets andere hoek passeert, kan een hogere resolutie worden bereikt over een langere tijdsperiode. Deze dataset richt zich specifiek op de NO₂-concentraties (µmol/m2) binnen de provincie Zeeland en biedt inzichten in de luchtkwaliteit op basis van hoge-resolutie satellietgegevens. Deze data is afkomstig van Caeli.
-
Het Regionaal Waterprogramma 2022-2027 richt zich op de verbetering van zowel de oppervlakte- als grondwaterkwaliteit in Zeeland. Een belangrijk onderdeel van het Regionaal Waterprogramma is de regionale invulling van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het programma bevatecologische en fysisch-chemische doelstellingen voor oppervlaktewaterlichamen en chemische en kwantiteits doelstellingen voor grondwaterlichamen. Het programma wordt periodiek geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd, in nauwe samenwerking met waterschappen en andere belanghebbenden. Datasets: De aangeboden datasets bevatten informatie over oppervlaktewaterlichamen en zijn opgedeeld voor gebruik binnen het DSO. Alle bestanden hebben dezelfde structuur. Het bronbestand bevat alle lagen in één bestand. Zie hiervoor het parent record bij de downloads.
-
Het zuidwestelijk zeekleigebied beslaat een groot deel van Zeeland en de Zuidhollandse eilanden. Het wordt chronologisch ingedeeld in oudland en nieuwland. Tot het oudland behoren Schouwen, een klein deel van Duiveland (rond Zierikzee), een deel van Tholen, het grootste gedeelte van Walcheren, de Zak van Zuid-Beveland, de Yerseke en Kapelse Moer, en enkele kleine, geïsoleerde gebieden in Oost en West Zeeuwsch-Vlaanderen. Sa_Text "Het oude zeekleilandschap heeft zich met name gevormd na de Romeinse Tijd, toen grote zee-inbraken het aanwezige veenpakket erodeerden of bedekten met een dikke laag zeezand en klei. Waar het veen standhield, is het later voor een groot deel vergraven voor de turf- en zoutwinning. Het oudland omvat de zee-afzettingen uit de Vroege Middeleeuwen (500-1000), bestaand uit zandige kreekruggen en laaggelegen, kalkloze poelgronden. Het ontstaan van kreekruggen heeft te maken met differentiële klink (klink = bodemdaling als gevolg van ontwatering). In eerste instantie lagen de kreken zelf als laagste onderdeel in het landschap. De flankerende oeverwallen, opgebouwd uit relatief grof materiaal, waren wat hoger dan de omgeving die bestond uit het resterende, eerder gevormde veen. Daarop werd veel fijner materiaal afgezet, voornamelijk zware klei. Op deze wijze ontstonden de poelgebieden. Toen de kreken verlandden, vulde de bedding zich met zandig en zavelig materiaal, net zolang tot de bedding dezelfde hoogte had als de oeverwallen. De poelgebieden bestonden inmiddels uit klei op veen, dat bij de ontwatering waarmee de ontginning gepaard ging, begon in te klinken. De bodem daalde. Omdat zand en zavel veel minder inklinken, bleven de voormalige kreekbeddingen als ruggen in het landschap achter. Door moer- en selnering (vergraving voor zout- en turfwinning, zie hieronder) kwamen de poelgebieden steeds lager te liggen, waardoor het hoogteverschil met de kreekruggronden groter werd. De eerste structurele bewoning op de kreekruggen vond plaats vanaf de 9e en 10e eeuw, met name op Walcheren en in het westelijk deel van Schouwen. De bewoners waren afkomstig van de eerder gevormde strandwallen, waar al vanaf de Bronstijd gewoond werd. Op de hoger gelegen ruggen werden akkers aangelegd en dorpen gebouwd; het wegenpatroon was eveneens van oudsher aan de kreekruggen gerelateerd. De poelgebieden werden gebruikt als weide en hooiland. Ook de schorren werden gebruikt als weide. In 1014 en 1042 teisterden zware stormen het Deltagebied; dit leidde tot het opwerpen van woonhoogtes van 1 tot 2 meter hoog. Enkele groeiden uit tot complete dorpsterpen, zoals bijvoorbeeld Kloetinge op Zuid-Beveland. In de 12e/13e eeuw werd een aantal individuele woonterpen opgehoogd tot kasteelbergjes (vliedbergen). De zware stormvloed van 1134 leidde tot de systematische omdijking van het oudland in het verloop van de 12e en 13e eeuw. Eerdere dammen en dijken werden in de dijkringen opgenomen. In de Late Middeleeuwen is men begonnen met het winnen van veen ten behoeve van de zout- en brandstofproductie. Dit werd gedaan door de vrij dunne kleilaag aan het maaiveld te verwijderen en het veen af te graven en te drogen. Voor de zoutwinning werd het veen enkele malen met zout water overgoten, totdat het daarvan verzadigd was. Na verbranding kon het zout uit de as worden gewonnen. Na de afgraving van het veen, werd de weggezette klei weer verspreid en bleef een ‘hollebollig’ (zeer onregelmatig) maaiveld achter, dat een stuk lager lag dan in de onvergraven situatie. Ten behoeve van de sel- en moernering zijn grote gebieden afgegraven, waardoor het voor de zee makkelijk werd zich bij dijkdoorbraak een weg in het land te banen. Daarnaast werd de afwatering van de ‘gemoerde’ gebieden bemoeilijkt en moest men watergangen graven."
-
landhuis of kasteel met bijgebouwen en een park of tuin. De eerste aanleg hiervan moet 50 jaar of ouder zijn. De naam buitenplaats vervalt niet als het huis in de loop der tijd is verdwenen of vervangen door een ander gebouw.
-
Sommige dorpen zijn te typeren als gereduceerde of onvolledig ontwikkelde nederzettingen (gehuchten of buurtschappen), bijvoorbeeld Baarsdorp, Brijdorpe, Eversdijk, Hoogelande, Looperskapelle, Het Oudeland/Schakerlo, Wissekerke (bij ’s-Heer Arendskerke) en Zanddijk.
-
Archeologische beleidsadvieskaart voor de stad Hulst met daarop de bekende en te verwachten archeologische waarden in de binnenstad van Hulst.
Open Data portaal Zeeland