From 1 - 10 / 224
  • Categories  

    Deze dataset bevat kolomdata van NO₂-concentraties, gemeten door de Sentinel-5P satelliet. De satelliet meet stikstofdioxide in de gehele luchtkolom en verzamelt gegevens met regelmatige overgangen over het aardoppervlak. Doordat Sentinel-5P telkens onder een net iets andere hoek passeert, kan een hogere resolutie worden bereikt over een langere tijdsperiode. Deze dataset richt zich specifiek op de NO₂-concentraties (µmol/m2) binnen de provincie Zeeland en biedt inzichten in de luchtkwaliteit op basis van hoge-resolutie satellietgegevens. Deze data is afkomstig van Caeli.

  • Categories  

    Deze dataset bevat de locaties van Glastuinbouwconcentratiegebieden in de Provincie Zeeland. Deze dataset is onderdeel van de omgevingsverordening Zeeland. Meer uitleg is opgenomen binnen artikel 5.24 van de Omgevingsverordening Zeeland: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709135#chp_5__subchp_5.1__subsec_5.1.7__subsec_5.1.7.1__art_5.24 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709135#artrecital__div_5__div_5.1__div_5.1.7__div_5.1.7.1__content_5.24

  • Categories  

    Natuurbeheerplan Zeeland Ontwerp 2023

  • Categories  

    Habitattypen: N2K_HK_124_GrooteGat_opnamen_20100105_v1

  • Categories  

    Begrenzing buitengebied tbv de toepassing van het instrument verevening

  • Categories  

    Beschrijving van het werkingsgebied van de regionale waterkeringen Dit werkingsgebied geeft de ligging aan van de niet-primaire (regionale) waterkeringen zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingsverordening Zeeland. In dat artikel zijn normen (omgevingswaarden) voor de waterveiligheid van regionale waterkeringen vastgesteld. Daarnaast is de onderverdeling in de categorieën regionale waterkeringen A, B en C weergegeven. Voor categorie B zijn ondergrenzen voor de kruinhoogte opgenomen, zoals beschreven in artikel 3.1, lid 3 van de Omgevingsverordening. Gebruik als kaartbijlage en informatieobject Dit metadatarecord wordt binnen de Omgevingsverordening Zeeland gebruikt voor twee doeleinden: 1. Als kaartbijlage, waarin de ligging van de primaire waterkeringen wordt weergegeven inclusief dijktrajecten A, B en C. 2. Als informatieobject Toelichting en aanvullende informatie Zie voor meer details de toelichting bij artikel 3.1 in de Omgevingsverordening: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709135/2#chp_3__subchp_3.1 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709135/2#artrecital__div_3__div_3.1__div_3.1.1 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709135/2?#cmp_XIII

  • Categories  

    Het zuidwestelijk zeekleigebied beslaat een groot deel van Zeeland en de Zuidhollandse eilanden. Het wordt chronologisch ingedeeld in oudland en nieuwland. Tot het oudland behoren Schouwen, een klein deel van Duiveland (rond Zierikzee), een deel van Tholen, het grootste gedeelte van Walcheren, de Zak van Zuid-Beveland, de Yerseke en Kapelse Moer, en enkele kleine, geïsoleerde gebieden in Oost en West Zeeuwsch-Vlaanderen. Sa_Text "Het oude zeekleilandschap heeft zich met name gevormd na de Romeinse Tijd, toen grote zee-inbraken het aanwezige veenpakket erodeerden of bedekten met een dikke laag zeezand en klei. Waar het veen standhield, is het later voor een groot deel vergraven voor de turf- en zoutwinning. Het oudland omvat de zee-afzettingen uit de Vroege Middeleeuwen (500-1000), bestaand uit zandige kreekruggen en laaggelegen, kalkloze poelgronden. Het ontstaan van kreekruggen heeft te maken met differentiële klink (klink = bodemdaling als gevolg van ontwatering). In eerste instantie lagen de kreken zelf als laagste onderdeel in het landschap. De flankerende oeverwallen, opgebouwd uit relatief grof materiaal, waren wat hoger dan de omgeving die bestond uit het resterende, eerder gevormde veen. Daarop werd veel fijner materiaal afgezet, voornamelijk zware klei. Op deze wijze ontstonden de poelgebieden. Toen de kreken verlandden, vulde de bedding zich met zandig en zavelig materiaal, net zolang tot de bedding dezelfde hoogte had als de oeverwallen. De poelgebieden bestonden inmiddels uit klei op veen, dat bij de ontwatering waarmee de ontginning gepaard ging, begon in te klinken. De bodem daalde. Omdat zand en zavel veel minder inklinken, bleven de voormalige kreekbeddingen als ruggen in het landschap achter. Door moer- en selnering (vergraving voor zout- en turfwinning, zie hieronder) kwamen de poelgebieden steeds lager te liggen, waardoor het hoogteverschil met de kreekruggronden groter werd. De eerste structurele bewoning op de kreekruggen vond plaats vanaf de 9e en 10e eeuw, met name op Walcheren en in het westelijk deel van Schouwen. De bewoners waren afkomstig van de eerder gevormde strandwallen, waar al vanaf de Bronstijd gewoond werd. Op de hoger gelegen ruggen werden akkers aangelegd en dorpen gebouwd; het wegenpatroon was eveneens van oudsher aan de kreekruggen gerelateerd. De poelgebieden werden gebruikt als weide en hooiland. Ook de schorren werden gebruikt als weide. In 1014 en 1042 teisterden zware stormen het Deltagebied; dit leidde tot het opwerpen van woonhoogtes van 1 tot 2 meter hoog. Enkele groeiden uit tot complete dorpsterpen, zoals bijvoorbeeld Kloetinge op Zuid-Beveland. In de 12e/13e eeuw werd een aantal individuele woonterpen opgehoogd tot kasteelbergjes (vliedbergen). De zware stormvloed van 1134 leidde tot de systematische omdijking van het oudland in het verloop van de 12e en 13e eeuw. Eerdere dammen en dijken werden in de dijkringen opgenomen. In de Late Middeleeuwen is men begonnen met het winnen van veen ten behoeve van de zout- en brandstofproductie. Dit werd gedaan door de vrij dunne kleilaag aan het maaiveld te verwijderen en het veen af te graven en te drogen. Voor de zoutwinning werd het veen enkele malen met zout water overgoten, totdat het daarvan verzadigd was. Na verbranding kon het zout uit de as worden gewonnen. Na de afgraving van het veen, werd de weggezette klei weer verspreid en bleef een ‘hollebollig’ (zeer onregelmatig) maaiveld achter, dat een stuk lager lag dan in de onvergraven situatie. Ten behoeve van de sel- en moernering zijn grote gebieden afgegraven, waardoor het voor de zee makkelijk werd zich bij dijkdoorbraak een weg in het land te banen. Daarnaast werd de afwatering van de ‘gemoerde’ gebieden bemoeilijkt en moest men watergangen graven."

  • Categories  

    Sommige dorpen zijn te typeren als gereduceerde of onvolledig ontwikkelde nederzettingen (gehuchten of buurtschappen), bijvoorbeeld Baarsdorp, Brijdorpe, Eversdijk, Hoogelande, Looperskapelle, Het Oudeland/Schakerlo, Wissekerke (bij ’s-Heer Arendskerke) en Zanddijk.

  • Categories  

    Hectometrering provinciale wegen. Ter verduidelijking van de kaart op Geoweb, geeft de hectometrering weer.

  • Categories  

    Natuurbeheerplan Zeeland Ontwerp 2026 vastgesteld op 25 februari 2025