1000
Type of resources
Topics
Provided by
Years
Representation types
status
Scale
-
Deze dataset bevat kolomdata van NH₃-concentraties in de gehele luchtkolom. De metingen zijn gebaseerd op hoge-resolutie satellietgegevens en bieden inzicht in de verspreiding van ammoniak in de atmosfeer. Door regelmatige waarnemingen over langere tijdsperioden ontstaat een gedetailleerd beeld van de variatie in NH₃-concentraties (µmol/m2). Deze dataset richt zich specifiek op de provincie Zeeland en draagt bij aan de monitoring van luchtkwaliteit en stikstofemissies in het gebied. Deze data is afkomstig van Caeli.
-
Datasets van Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beperkt tot provincie Zeeland
-
Deze dataset toont de inundatiediepte bij extreme neerslagsituatie van 200mm in 48 uur zien. De getoonde informatie is resultaten van een modelsimulatie in het kader van de bovenregionale stresstest, uitgevoerd in 2025.
-
Habitattypen: N2K_HK_117_MantelingVanWalcheren_T0_opnamen_20101215_v09
-
Het Regionaal Waterprogramma 2022-2027 van de Provincie Zeeland voor grondwaterlichamen richt zich op de bescherming en verbetering van de grondwaterkwaliteit en -kwantiteit in Zeeland, in lijn met de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het omvat chemische enhydrologische doelstellingen.. Belangrijke maatregelen zijn gericht op het tegengaan van vervuiling, het waarborgen van drinkwaterkwaliteit, en het duurzaam in stand houden van grondwaterreserves. Monitoring en evaluatie vinden plaats volgens KRW-vereisten, met speciale aandacht voor kwetsbare gebieden en hydrologische processen. Het programma wordt periodiek geëvalueerd en geactualiseerd, waarbij provincie, waterschappen en andere belanghebbenden nauw samenwerken. Doelen en Maatregelen: Het programma richt zich op het behalen van ecologische en chemische doelen zoals vastgesteld in de Kaderrichtlijn Water. Specifieke doelen zijn onder andere: -Reductie van verontreinigende stoffen.. -Monitoring van grondwaterstanden en kwaliteit. -Herstelmaatregelen in kwetsbare hydrologische zones. Datasets: De aangeboden datasets bevatten informatie over KRW-grondwaterlichamen, gestructureerd voor beleidsmatig gebruik en technische analyses. Indien nodig kunnen datasets worden gecombineerd tot één bestand voor een integrale analyse.
-
onder water te zetten gebied, behorend bij een militaire verdedigingslinie en bedoeld om de vijand letterlijk op afstand te houden.
-
ZoekGebiedKlimaat Ontwerp 2024 vastgesteld op 14 maart 2023
-
landhuis of kasteel met bijgebouwen en een park of tuin. De eerste aanleg hiervan moet 50 jaar of ouder zijn. De naam buitenplaats vervalt niet als het huis in de loop der tijd is verdwenen of vervangen door een ander gebouw.
-
Het zuidwestelijk zeekleigebied beslaat een groot deel van Zeeland en de Zuidhollandse eilanden. Het wordt chronologisch ingedeeld in oudland en nieuwland. Tot het nieuwland behoren het oostelijke gedeelte van Schouwen-Duiveland, het noordelijk deel van Tholen, St. Philipsland, een klein deel van Walcheren, Noord-Beveland, het westelijke en oostelijke deel van Zuid-Beveland, en het grootste gedeelte van Zeeuwsch-Vlaanderen. Vanaf het midden van de 13e eeuw werden dijken niet meer zozeer aangelegd om bestaand land te verdedigen, maar ook om ‘nieuw’ land aan te winnen. De hiertoe behorende gebieden worden nieuwland genoemd en bestaan uit zowel opwassen en aanwassen, als uit weer opgeslibd ‘verdronken’ oudland (zoals Noord-Beveland). Opwassen zijn platen of schorren die midden in het water onder invloed van de getijdewerking ontstaan. Aanwassen zijn opslibbingen tegen reeds bedijkt land. In nieuwlandpolders liggen vaak resten van kreken, die bij de bedijking afgesloten werden van het buitenwater. De nieuwlandpolders zijn hoger opgeslibd en minder ingeklonken dan de oudlandpolders en liggen dus relatief hoog in het landschap. De bodemopbouw is veel uniformer dan die van de oudlandpolders. De bewoning in de nieuwlandpolders was niet gebonden aan bepaalde hoogliggende delen; de polders waren vlak en hadden een goede natuurlijke afwatering. Hierdoor kon ook een groot deel van het land gebruikt worden voor akkerbouw (o.a. graan, meekrap en vlas, later aardappelen en suikerbieten) en fruitteelt. Alleen de laagst gelegen delen langs de kreken werden als grasland gebruikt. De inrichting van de polder is meestal rationeel: een rechthoekige, relatief grootschalige verkaveling met rechte wegen. De boerderijen werden verspreid in de polders gebouwd, de nieuw gestichte nederzettingen concentreerden zich langs de wegen en dijken (weg- en dijkdorpen). Vanaf de 15e eeuw werden voorstraatdorpen gebouwd. Diverse polders zijn meerdere malen overstroomd. Ingrijpende overstromingen zijn de stormvloeden van 1134, 1248, 1375, 1421 (Tweede Elisabethsvloed), 1530/32 (Noord-Beveland en Zuid-Beveland), 1570 (Land van Saeftinghe) en 1953 geweest. Welen en kreken geven in het huidige landschap aan waar de dijken zijn doorgebroken. Als reactie op de overstromingen werden inlaagdijken aangelegd. De inlaagdijk werd gelegd op plaatsen waar de bestaande dijk dreigde door te breken. Het gebied tussen deze dijk en de oude zeewering wordt inlaag genoemd. Inlagen komen vooral voor waar een diepe stroomgeul vlak langs de dijk liep en waar de ondergrond zwak was (jong zeezand). Om dijken te versterken werd vaak klei afgegraven uit de inlagen en zo ontstonden langgerekte plassen, van elkaar gescheiden door dammen. Omdat deze klei werd afgevoerd met karren, worden deze gebieden karrevelden genoemd. In de 19e eeuw is het landschap van de nieuwlandpolders plaatselijk sterk beïnvloed door de aanleg van spoorwegen, kanalen en dammen, later volgde de inundatie van 1953 en de grootschalige herverkavelingen.
-
Bestand met daarin de Keringen, primaire en secondaire keringen en verhoogde elementen t.b.v. overstromingsscenario's
Open Data portaal Zeeland